De schrijver

De man die uit de trein stapte wist niet waar hij naar toe moest. Hij had gezocht op internet, maar daar stond alleen dat er in het stadje een Winkel van Geluk was. Het adres stond er niet bij. Ook kon hij niet vinden wat je dan wel kon kopen in die winkel. En nieuwsgierig als hij was, had hij daarom de trein genomen naar het stadje. Daar zouden ze hem vast wel verder kunnen helpen. En dus vroeg hij aan de mensen voor het station of er hier inderdaad een Winkel Van Geluk was en wat daar te koop was. 

De mensen verteleden hem dat de winkel in het kleine straatje te vinden was, maar dat je er niks kon kopen. Je kreeg er meestal iets. Nog nooit was er iemand uit het winkeltje weggegaan met een slecht gevoel zeiden ze. Niemand kon precies vertellen wat het geheim van het winkeltje was. De een zei dat het een winkel was waar je je verhalen kwijt kon, een ander vertelde dat er vluchtelingen gewoond hadden, de derde vertelde over zijn buurman die rustiger geworden was en nu vriendelijk gedag zei nadat hij in het winkeltje geweest was. En weer een ander vertelde over de man die graag complimenten uitdeelde en daarbij een klein grasgroen doosje in zijn hand hield. Maar allemaal waren ze het erover eens dat het een bijzondere plek was in hun stadje.

De man uit de trein wilde het graag met eigen ogen zien en wandelde rustig naar het kleine straatje. Voordat hij de winkel in liep, bekeek hij eerst de etalage. Niks bijzonders te zien, alleen warme zachtgele gordijnen en een schemerlampje in de hoek. Hij stapte de winkel binnen en keek rustig rond. Mooi was het hier ingericht, dat wel, maar of dat nou iemand echt gelukkig kon maken? Er was niets dat iemand graag zou willen kopen om thuis neer te zetten. En dan die oude pot daar in de hoek. Hij moest toch eens vragen waarom die nou niet achter in de winkel gezet kon worden. Dan zou het er toch nog mooier uit zien?

De oude eigenaar van de winkel stapte naar voren terwijl hij zijn handen droogde aan een blauw geruite handdoek. “Goedemorgen. Wat kan ik voor u betekenen?” vroeg hij. “U bent vast van buiten de stad, want ik ken u niet. Hebt u misschien trek in een kopje koffie? Ik heb een pot verse koffie gezet.” Ondertussen pakte hij de  ouderwetse rode aluminium koffiepot en schonk voor de reiziger en zichzelf een kopje in.  En hij bood de man uit de trein een stroopwafel aan uit de ronde koektrommel die op tafel stond.

Een paar minuten werd er niet gesproken in de winkel. Beide heren genoten van de koffie met de stroopwafel. “U hebt…” “Wilt u…?” tegelijk begonnen ze te praten en allebei hielden ze ook direct weer hun mond toen ze merkten dat de ander wat wilde zeggen. Ze schoten in de lach. De man uit de winkel gebaarde dat de ander eerst mocht. De reiziger vertelde dat hij gehoord was dat er een Winkel Van Geluk geopend was hier in de stad. Alleen kon hij er niets over vinden op internet of in de kranten. Hij was nieuwsgierig geworden en wilde graag weten wat dat nou voor een winkel was. Daarom was hij hier naartoe gereisd. Maar als hij het goed gehoord had was dit een winkel waar je niks kon kopen, maar waar je wat kreeg. Dat snapte hij niet. Of was het dan een soort café, waar je iets te drinken kreeg en waar je niet voor hoefde te betalen? Was dat het Geluk waar iedereen het over had?

De oude winkelier keek de man aan, stond op, liep naar de hoek van de winkel en pakte de oude pot. Hij zette de pot naast de reiziger en zei toen zachtjes: “En toch is dat niet het enige waar u voor gekomen bent. Het is niet alleen nieuwsgierigheid. Er is ook iets waarom juist u vandaag naar deze plek gekomen bent.”  De ander keek naar de grond, schudde zijn hoofd en zei dat hij daarover niet wilde praten.  De oude winkelier begreep het en vertelde dat hij daarom de deksel ook nog niet van de oude pot had afgeschroefd. Want, zo zei hij, dat was op dit moment ook nog niet nodig. Dat kwam misschien vanmiddag na het eten wel. Want hij zou het gezellig vinden als de reiziger bij hem bleef eten. Misschien dat ze elkaar ondertussen dan verhalen konden vertellen over alle mooie plaatsen die ze in de wereld gezien hadden. Even later zaten beide heren gezellig te praten. De winkelier was een stuk ouder dan de reiziger en zo kwam het dat ze soms verbaasd reageerden als de ander iets vertelde over een stad. Zo had de jonge man het bijvoorbeeld over Londen Eye en was de winkelier al zo lang niet in Londen geweest dat hij Londen Eye nog nooit gezien had. Of vertelde de winkelier over hoe het in Berlijn geweest was toen de muur nog echt de stad in tweeën deelde en niet alleen het kleine stukje muur was dat er nu nog stond.

De beide mannen hadden het zo gezellig met elkaar dat de reiziger graag een hapje mee bleef eten. Hij haalde uit zijn tas die hij bij zich had een bakje met daarin wat sla en tomaatjes.  De oude winkelier had nog een paar eieren die hij kookte en in plakjes op een schoteltje legde. Ook had hij wat donker roggebrood en een kommetje met gezouten boter. Met alles bij elkaar werd het een heerlijke maaltijd. Terwijl ze samen de boel afwaste zei de reiziger ineens: “Nu weet ik waarom dit de Winkel Van Geluk is. U heeft tijd voor mensen en u luistert naar ze.” “Ja en Nee”, antwoordde de winkelier. “Ja, je hebt gelijk, ik neem de tijd om naar mensen te luisteren. Maar toch is dat niet het enige. Er is nog iets. Wat dat is kan ik niemand uitleggen. Toch ervaren de mensen dat wel. Meestal doen de mensen dat zelf. Maar kom, laten we in de winkel gaan zitten. De afwas is ondertussen al gedaan” En zo pratend liepen beide heren weer naar voren. De winkelier opende de oude pot en legde het deksel op tafel.

Het was even stil. De reiziger keek de oude man aan en zei: “U had gelijk toen u eerder tegen mij zei dat ik niet alleen uit nieuwsgierigheid naar deze stad gekomen ben. Er is inderdaad nog iets” En hij begon te vertellen dat hij al jaren stukjes schreef voor de krant over de dingen die hij zo dagelijks meemaakte. Hij vertelde dat hij nu ook stukjes schreef voor de nieuwsberichten op internet, maar dat hij dat minder leuk vond. Die moesten allemaal zo kort zijn. Er mochten alleen maar nieuwsberichten geschreven worden. Terwijl hij zo graag verhalen wilde schrijven. Verhalen over gewone mensen, over bijzondere mensen en bijzondere gebeurtenissen en dat mocht niet. Daarom was hij met een boek begonnen.  Hij had het boek al af toen hij het aan een ander had laten lezen. Hij dacht dat het een vriend van hem was, daarom had hij gevraagd om het eens door te lezen. Maar wat was er gebeurd? Die ander had alles naar zijn eigen mailadres gestuurd en had het daarna aan een bevriende uitgever laten lezen. De uitgever was enthousiast geweest en nu was het verhaal uitgegeven onder de naam van de man die het van hem gelezen had. Het boek lag nu in de winkel, maar niet met zijn eigen naam maar met de naam van de zogenaamde vriend.

Eerst was hij boos geweest toen hij merkte dat die vriend zijn verhaal eigenlijk gestolen had. Toen hij merkte dat het boek uitgegeven werd, was hij woedend geworden. Hij wilde die zogenaamde vriend nooit meer zien. Maar het allerergste was dat niemand geloofde dat het boek niet door die zogenaamde vriend geschreven was. Niemand geloofde hem als hij zei dat hij dat boek geschreven had. Iedereen zei dat hij jaloers was en daarom wilde mensen niet meer met hem omgaan totdat hij zou erkennen dat die zogenaamde vriend een betere schrijver was dan hijzelf. En dus was hij aan een nieuw boek begonnen om te laten zien dat hij echt een betere schrijver was dan die ander. Maar het schrijven lukte niet meer. Hij had geen inspiratie meer. Zodra hij probeerde het idee dat hij in zijn hoofd had op papier te zetten kwam de gedachte aan de diefstal weer naar voren. Dan kon hij niks meer schrijven. Hij kreeg de juiste woorden niet op papier. Hij wilde wel dat hij een ander beroep zou kunnen kiezen, maar wat kon hij anders dan stukjes schrijven?

De oude winkelier had aandachtig geluisterd, streek met zijn handen door zijn haar en trommelde even met zijn vingers op de tafel bij de laatste woorden van de reiziger. De winkelier stond op, zuchtte eens diep, schroefde toen de deksel op de oude pot en zei: “Wil je me een plezier doen en morgen met mij meegaan naar het veldje? Dan laat ik je zien wat ik doe met deze oude pot. Als jij dat ook kan en wilt doen, heb ik wel een baantje voor je. Het is geen baan waar je rijk mee wordt. Het is geen baan waar je beroemd door wordt. Het is wel een baan waar je gelukkig van wordt en het is een baan waar je anderen mee helpen kan. Ik zoek namelijk een opvolger. Ik ben al oud. Jij bent vele jaren jonger. Zou je daarover willen nadenken alsjeblieft?“

De reiziger keek de oude man aan, misschien was dat wel een oplossing voor zijn probleem. Misschien kon hij dan ‘s avonds de verhalen van de mensen uit de “Winkel van Geluk” gaan opschrijven, als ze dat goed vonden tenminste. Maar eerst zou hij nog graag veel willen leren van de oude man. De reiziger knikte. En zei dat hij graag morgen wilde zien wat de oude man met de oude pot deed. Misschien was deze winkel dan toch ook echt een Winkel Van Geluk.

Plaats een reactie onder dit bericht.



Als je een reactie op dit bericht verstuurt, wordt dat op deze pagina geplaatst. We plaatsen je naam en eventueel een link naar de website die je opgeeft. Je e-mailadres is nooit openbaar zichtbaar.

Jan Franken

1 jaar geleden

Dank je wel voor deze mooie minuten.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Klik hier om je in te schrijven

Contact

  • Raadhuisplein 4
    5258 BJ Berlicum
  • Dominee: 073-6897306
  • Dominee:
    dominee@pgberlicumrosmalen.nl

    Reserveren:
    sowreserveren@gmail.com

    Webbeheerder:
    webmaster@pgberlicumrosmalen.nl

    Webredactie:
    redactie@pgberlicumrosmalen.nl

Over ons

Kerk voor mensen van nu. We zien het als onze opdracht om zo te zijn. Je bent welkom bij ons om elkaar te ontmoeten, samen te vieren en om te zien naar de wereld. We zien je graag bij onze activiteiten, vieringen of steun ons als goed doel.

Copyright © 2019 All Rights Reserved.