Elke ochtend nog voor dat alle andere mensen door het straatje kwamen lopen, sjeesde er een man door de straat. Hij was ook een van de laatsten die ’s avonds weer terugliepen naar huis. Soms zelfs na middernacht. Nooit liep hij rustig. Hij had altijd haast. Op een ochtend was hij iets later dan anders. Hij rende zo hard door het straatje dat hij struikelde over zijn eigen voeten.