In een klein straatje in de stad bij jou in de buurt stond een kleine winkelruimte al een tijdje leeg De meeste mensen die in dat straatje kwamen kenden het oude winkeltje nog wel. De oude eigenaar had geen zin meer om te werken en hield ermee op. Wat hij dan ging doen wist hij nog niet en of er een nieuwe winkel in zou komen wist hij ook nog niet.
Op een dag zagen de mensen dat de buitenkant weer geverfd werd. Ook werd er gezaagd en getimmerd in het winkeltje. Het vreemde was wel dat niemand wist wat er zou komen. Sommige mensen dachten dat het een groentewinkeltje zou worden vanwege de mooie kleuren waarmee het winkeltje geschilderd werd. Anderen zeiden dat het vast een cadeauwinkeltje zou worden, waar je allerlei kleine cadeautjes zou kunnen kopen. Weer anderen dachten aan een winkeltje voor bloemen en planten.
Maar niemand wist het precies en al snel liepen de mensen er weer voorbij zonder er naar te kijken. Het maakte ook niet uit welke winkel er zou komen. Groenten en fruit kon je immers in de supermarkt of op de markt kopen. Bloemen en planten koop je ook niet iedere dag. En cadeautjes al helemaal niet.
Toen alle bouwvakkers en schilders weg waren bleef het winkeltje nog een paar dagen leeg. Je kon niets in de etalages zien en er hing ook geen reclamebord wat voor een winkel het nu uiteindelijk zou worden.
Een week later zagen de mensen dat de oude winkelier van vroeger weer uit het winkeltje kwam en ze vroegen hem :”Ga je weer je een winkeltje openen?” De meeste mensen snapten zijn antwoord “Ja en Nee” helemaal niet en liepen snel weer verder.
De overburen van het winkeltje moesten even lachen toen ze de volgende morgen in mooie sierlijke witte letters: De WINKEL VAN GELUK op de gevel zagen staan.. Een winkel van geluk, dat kon toch helemaal niet? Geluk is helemaal niet te koop. Anderen zeiden tegen elkaar dat het toch vast een cadeauwinkeltje was geworden. Alleen hadden ze net een cadeautje gekocht. Of ze hadden geen cadeautje nodig.
Zo kwam het dat de eerste dag dat het winkeltje open was er niemand in het winkeltje kwam kijken. Tegen het einde van de middag werd het al een beetje donker. De mensen gingen snel weer langs het winkeltje om naar huis te gaan. Ze dachten bij zichzelf dat ze morgen toch eens echt moesten kijken want het was vast toch een heel gezellig winkeltje. Vanachter de gele gordijnen straalde een vriendelijk licht het straatje in.
Toen de overburen ’s avonds de gordijnen dicht deden, moesten ze weer glimlachen. Want het was toch fijner om tegen een mooi geverfde winkel aan te kijken dan tegen het oude winkeltje van vroeger. Maar ook de mensen die zich ’s nachts door het straatje haastten werden blij verrast; Vroeger werd het licht altijd uitgedaan als de winkel dicht ging, maar nu bleef er in het hoekje van de etalage een klein lampje aan. Daardoor leek het hele straatje ineens een stuk vriendelijker.
Als je een reactie op dit bericht verstuurt, wordt dat op deze pagina geplaatst. We plaatsen je naam en eventueel een link naar de website die je opgeeft. Je e-mailadres is nooit openbaar zichtbaar.